Ik ben Daria en dit is mijn blog. Een blog over een kersverse arts die de komende 4 jaar de kliniek omruilt voor cellen, pipetten en eppendorf buisjes. In dit blog zal ik schrijven over triomfen en teleurstellingen als promovendus, de haat-liefde verhouding met het lab en andere alledaagse beslommeringen.

11th March 2012

Post

Van dokter tot labrat

It’s official: ik ben een labrat. Van de week heb ik voor het eerst in ruim twee jaar weer gepipetteerd en daarbij werd bevestigd dat een labonderzoek voor mij de goede keus is. Het begint met het pipetteren van een aantal microliter DNA, buffer, enzym en primers en eindigt met een paar bandjes op een foto (zie eerdere post). Die bandjes hebben een betekenis en zijn een klein onderdeel van mijn onderzoek. Mijn onderzoek is een klein onderdeel van het onderzoek van mijn labgroep en dat is op zijn beurt, hopelijk, een onderdeel voor de oplossing van een praktijk probleem bij kinder met een specifieke vorm van leukemie (AML). Dat is prachtig en spannend, maar dat grotere plaatje is niet direct waar je aan denkt als je die bandjes ziet verschijnen. Het gelukzalige gevoel op dat specifieke moment wordt veroorzaakt doordat je iets gecreëerd hebt. Eerst waren er buisjes met vloeistof en na een paar uur zijn er bandjes. En het verschijnen van die bandjes, dat is fantastisch. Ik lees de zinnen die ik net heb geschreven en realiseer me dat ik een verschrikkelijke nerd moet lijken. En dat lijken is hoogst waarschijnlijk zijn. Een labrat dus.

4th March 2012

Photo

Beautiful painting by Kees van Dongen

Beautiful painting by Kees van Dongen

4th March 2012

Post

Kill as few patients as possible

A quote from the book “Kill as few patients as possible” by Oscar London, MD. A little hurtful, but quite true apart from some writers-exaggeration.

“I have no trouble spotting depressed patients - they’re the ones who make me depressed. They are the black holes in the cosmos of private practice: people who, given half a chance - or worse, half an hour - will suck you into the void at the center of their being. This is a void from which nothing can escape - not their family, their friends, their doctor, not light itself. When I spot a black hole in my waiting room, I reach for my prescription pad in the shoulder holster of my breast pocket. When the patient sits down and sighs rather than simply inhaling, I brace myself against the gravitational pull and reach for my pen. In the time it takes this patient to say, “Why am I so tired all the time?” I have written a prescription for Prozac.”

5th February 2012

Post

De trein

En en Es. Hoe is het mogelijk dat deze twee ogenschijnlijk onschuldige letters zo veel irritatie op kunnen roepen onder de gemiddelde Nederlander. Filerijden om zes uur ’s ochtends is ook niet alles en in theorie is het openbaarvervoer fantastisch. Al lezend in krant of boek en met een redelijk tempo voor slechts enkele euro’s naar de plek van bestemming. Tijdswinst alom. In de praktijk pakt het echter vaak wat minder rooskleurig uit. Zo wordt het ochtendritueel met koffie en krant regelmatig verstoord door een penetrante pindakaas lucht van de 50 jarige ICT-er twee stoelen verder met kalend hoofd, ‘modern’ brilmontuur, regenbroek en broodtrommel. Of op die spaarzame dag dat je in plaats van een twaalfurige werkdag eindelijk eens om half zes met de trein vanaf Den Haag Centraal Station naar huis kan. Even vergeten dat de duizenden ambtenaren in Den Haag ook op dat tijdstip massaal de stad verlaten. Daar sta je dan, lepeltje lepeltje in het gangpad, in de wetenschap dat elke bocht zal uitdraaien op intiem contact met de zweterige, iets obese man voor je of de frigide ‘vrouw-in-broekpak’ achter je die keer op keer haar jasje afklopt, jouw al dodend met haar ogen.

Een paar maanden terug besloot ik vanuit Amsterdam naar Leiden te fietsen op m’n roestige omafiets en dan ’s avonds terug met de trein. Rond vijf uur stapte ik met fiets in de halflege stoptrein richting Hilversum. Na zo’n vijf minuten rijden zag ik dat de conducteur kaartjes kwam controleren. Met één hand m’n fiets balancerend probeerde ik met m’n andere hand OV-jaarkaart en fietskaartje van 6,00  van onderuit de tas te vissen. Na enig gestuntel liet ik vol trots de buit zien waarop de conducteur zegt: “ Meisje, je mag tijdens de spits niet met de fiets in de trein.” “Maar meneer, het is erg rustig en ik hoef maar tot Amsterdam Zuid mee.” “Tja, regels zijn regels. Stap bij de volgend halte maar uit.” Tien minuten later bevond ik mezelf op station Nieuw-Vennep, op een kaal perron in de regen. Met het schaamrood op mijn kaken stapte ik een half uur later de trein in. Niet meer gecontroleerd en dus, tegen de regels in, gewoon blijven zitten.

Als we nu eens het Nederlands treinnetwerk vergelijken met het Amerikaanse of bijvoorbeeld Italiaanse, dan steken wij er met kop en schouders bovenuit. In Amerika zijn treinen grotendeels geprivatiseerd een daardoor duur en onoverzichtelijk versnipperd. En in Italië zoek je eerst een half uur naar het kaartjesloket, dan een half uur en enkele zinnen gebrekkig Italiaans om het juiste perron te vinden en vervolgen is het zonder uitleg twintig minuten wachten in verband met vertraging.

Liever kijken we echter naar landen waar treinreizen even comfortabel is als een ritje in auto mèt chauffeur. Landen als Zwitserland waar je familiecoupés hebt met grote tafels om aan te scrabbelen, restauratiewagons waar de nüsstorte net vers uit de oven komt en treintijden die op de seconde worden nageleefd. Zo zat ik deze winter in een trein van Zürich naar Chur en vervolgens met de bus naar Lenzerheide. Voor het eerst in alle tientallen treinreizen die ik in Zwitserland heb gemaakt was er vertraging. Slechts zo’n vijftien minuten maar precies genoeg om de bus te missen hetgeen een uur wachten betekende. Al mokkend trok ik mijn koffer uit een rek en stond op het punt de trein uit te stappen toen er een omroep kwam: “Damen und Herren, wir entschuldigen uns das wir 15 minuten verspätung haben. Für all unser Reisiger mit Bestimmung Lenzerheide haben wir ein extra Bus eingesetzt. Er werd abfahren in 5 minuten von Gleis 6. Der Rhätische Bahn wünscht Ihnen ein angenemhe Reise.” En zodoende kwamen ik met slechts vijf minuten vertraging aan op de plaats van bestemming.

Het prangende vraagstuk na dit dramatische weekend is denk ik dit: hoe is het mogelijk dat treinen in landen als Zwitserland zelden tot nooit vertraagd zijn ondanks dikke pakken sneeuw, maar dat een paar herfstblaadjes op het Nederlands spoor, een toch al jarenlang terugkerend fenomeen, elk jaar opnieuw het hele treinverkeer in Nederland plat legt? En hoe is het mogelijk dat we voor het zoveelste jaar op rij een weekend lang niet met de trein kunnen reizen omdat het heeft gesneeuwd en er in het hele land wissels bevriezen? De NS woordvoerder vertelde vanavond met misplaatste trots dat er ook in Zwitserland de afgelopen week vertraging was. Hij ging daarbij alleen compleet voorbij aan het feit dat het in Zwitserland al maanden vriest en sneeuwt en dat er in al die maanden niet tot nauwelijks problemen waren met het openbaarvervoer.

Het treinnetwerk in Nederland is best aardig en er is vaker geen dan wel vertraging, maar op dagen als deze ben ik maar wat blij met een ozonlaag vervuilende auto.

2nd February 2012

Post

De eerste week

Mijn eerste week als arts-onderzoeker oftewel aio. Dat was niet hoe ik mezelf de eerste paar keer introduceerde. Ik zei: “Ik ben Daria en ik kom promoveren op het AML lab”. Met die uitspraak kreeg ik de lachers op m’n hand. Het was toch wel iets overmoedig om nu al te denken dat ik dat boekje ook daadwerkelijk af ga krijgen. Aio ben ik dus.

Ik had me voorbereid op een moeizame start. Het viel me dan ook alles mee dat collega’s überhaupt wisten dat ik zou komen, werd opgevangen, een rondleiding kreeg en er een bureau voor me klaar stond.

Inhoudelijk verloopt de start echter minder soepel. Als co-assistent ben je gewend om duidelijke taken te hebben die al naar gelang je capaciteiten worden uitgebreid. Ookal ben je in een nieuw ziekenhuis, op een nieuwe afdeling, je weet wat er ongeveer van je wordt verwacht en hoe je dat moet doen. Onderzoek is daarentegen een heel ander verhaal. Na het eerste gesprek over wat ik de komende 4 jaar ga doen, duizelde het me. Mijn taak is lezen. Inlezen. Terug naar de basis (hoe werkt DNA transcriptie en translatie ook alweer?), maar ook vooral de diepte in om met goede onderzoeksvragen te kunnen komen. Vervolgens lees je het eerste artikel (wat ik van anderen gekregen heb want een geschikt artikel vinden op pubmed -database voor medisch wetenschappelijke artikelen- is nog niet zo simpel) en duizelt het wederom. Het genetisch jargon vliegt je om de oren en De Dikke van Dale biedt weinig uitkomst.

Deze opstart onzekerheid schijnt er bij te horen als promovendus. Ik begin gewoon met inlezen en dan zal de kennis en het inzicht met de tijd wel komen. Hoop ik.

26th January 2012

Photo with 4 notes

“My things”, by Hong Hao at Kunsthaus Zürich

“My things”, by Hong Hao at Kunsthaus Zürich

Tagged: Kunsthausphotographyart

23rd January 2012

Photo

PhD Comic

PhD Comic

23rd January 2012

Post with 1 note

Introductie in labwerk

De eerste post op dit blog. Een blog over promoveren. Ruim twee jaar geleden, voorafgaand aan mijn co-schappen, werkte ik in een lab in Mount Sinaï Hospital, New York. Daar heb ik het werken aan een rommelige bench met planken vol pipet-puntjes, zakken met eppendorp buisjes, rijen versleten logboeken en dure centrifuges leren waarderen. De meeste geneeskunde studenten/artsen houden van de patiëntenzorg en zijn daarom weinig enthousiast over dagen doorbrengen met niets anders dan een paar cellen en een kooitje kale muizen. Voor ik het lab in ging dacht ik hier hetzelfde over en nog steeds houd ik van werken als klinisch arts. Onderzoek in het lab heeft echter ook mijn hart gestolen. Werken in een lab kent veel dieptepunten zoals dagenlang werken aan een proef die mislukt of een uitgebreide infectie van alle cellijnen in de kast. Maar juist deze dieptepunten maken het slagen van een proef fantastisch. Met tranen in mijn ogen kan ik vervuld van geluk naar een mooie Western Blot (soort foto van eiwit bandjes, zie foto) kijken en vol trots bij de baas binnen stormen met een paar succesvolle proeven. Dat geluksgevoel ga ik de komende vier jaar achterna jagen en hopelijk maakt het mij uiteindelijk een betere arts. Voor de dieptepunten biedt deze blog wellicht een oplossing: op momenten van complete wanhoop, zal ik schrijven.

20th January 2012

Photo